Schools In Music ♪

Hoi! Leuk dat je er bent!

Baritonpagina

Aan het laden...

Nog even geduld...



De Bariton

De bariton wordt ook wel tenorsaxhoorn genoemd. De naam Bariton komt van het geluid dat hij maakt. Baritons zijn eigenlijk zware “bassen” (lage tonen), vandaar dat hij zo heet.
Met de Bariton kun je heel veel verschillende soorten muziek spelen, daarom kom je hem ook tegen in de
fanfare, harmonie en brassband.

Onderdelen
Je kunt de bariton verdelen in:
–        Mondstuk
–        Klankbeker
–        Ventielen
–        Waterklep
–        Stembuis

Het mondstuk is een heel belangrijk onderdeel er van.
Het mondstuk zit er niet aan vast en moet je er los in zetten. Door het mondstuk tegen je mond aan te houden en met je lippen te gaan trillen, krijg je er geluid uit
De klankbeker is erg kwetsbaar. De rand is dun en kan beschadigen. De beker zorgt ervoor dat het geluid harder wordt. Het is een soort versterker.
Er zitten 3 ventielen op een bariton (soms 4). Door het indrukken of loslaten van ventielen, kun je verschillende tonen maken. De ventielen zijn ook genummerd. Het ventiel dat het dichtste bij het mondstuk zit heeft het nummer 1, de middelste nummer 2 en het ventiel dat het dichtste bij de beker zit nummer 3.

De ventielen zorgen ervoor dat de buis van het instrument langer wordt zodat de toon lager klinkt.
De stembuis gebruik je om een toon zuiver te laten klinken. Je dirigent geeft dat meestal wel aan.
Hij zegt dan vaak “een beetje in of een beetje uit”. Dit is eigenlijk een beetje gek, want waarom maken ze niet gewoon een “zuiver” instrument? Dit komt, omdat ieder mens verschillend is.
Door de waterklep kun je het vocht die in de trompet zit eruit te laten lopen. Door je lippen
over het mondstuk te zetten en dan te blazen zorg je ervoor dat al het vocht eruit gaat. Soms helpt het ook om je ventielen in te drukken. Het vocht is spuug wat tijdens het blazen in je instrument komt. Het beste is om een handdoek op de grond te leggen. Het vocht valt dan netjes op de handdoek.

Bespelen

 

1. Pak het instrument met je linkerhand aan de ventielbehuizing uit je koffer.
2. Schuif het mondstuk voorzichtig in je mondstukhouder.
3. Plaats je drie vingers van je rechterhand op de ventielen.
4. Of je nu zit of staat: houd altijd je rug recht. Zet je voeten plat op de grond.
Onderhoud

 

Is je mondstuk vies?
Vraag dan je ouder(s) of zij het mondstuk kunnen uitkoken.
1. Zet water op en breng het aan de kook
2. Schenk het kokende water in en een beker en voeg je mondstuk erbij
3. Haal het daarna er voorzichtig uit. Pas op: het mondstuk is heet!
Tip: laat je mondstuk even “schrikken” met koud water.
4. Droog je mondstuk daarna met een schone theedoek.

Blijft je ventiel hangen?
Vraag je muziekinstructeur om het ventiel los te maken en te oliën. Doe
dit pas zelf als je weet hoe het moet, anders is er een grote kans dat je
instrument daarna niet meer werkt.

Krijg je je mondstuk niet meer uit je instrument?
Vraag je muziekinstructeur om het mondstuk los te halen. Je 
muziekinstructeur heeft hier een speciaal apparaatje voor.
Voorkom dit door niet op je mondstuk te slaan.

Video's


Brassband
In een brassband komen de volgende instrumenten voor:

- Koperen blaasinstrumenten:
escornet, cornet, bugel, althoorn, bariton, euphonium trombone, bastrombone, bastuba (es- of besbas).

- Slagwerk: pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, triangel, tom-toms, gong, klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, buisklokken en klein slagwerk.

Fanfare
In een fanfare-orkest komen de volgende instrumenten voor:

- Houten blaasinstrumenten:
sopraansaxofoon, altsaxofoon, tenorsaxofoon en baritonsaxofoon

- Koperen blaasinstrumenten:
bugel, hoorn, escornet/ estrompet, trompet, bariton/ ephonium, trombone, bastuba (es- of besbas)

- Slagwerk:
pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, triangel, tom-toms, gong, klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, buisklokken en klein slagwerk. - Eventueel aanvullende instrumenten zoals een contrabas, harp, piano of basgitaar.

Harmonie
In een harmonie-orkest komen de volgende instrumenten voor:

- Houten blaasinstrumenten:
piccolo, fluit, hobo, althobo, esklarinet, klarinet, altklarinet, basklarinet, fagot, altsaxofoon, tenorsaxofoon en baritonsaxofoon.

- Koperen blaasinstrumenten:
hoorn, trompet, bariton/ euphonium, trombone en bastuba (es- of besbas).

- Slagwerk:
pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, triangel, tom-toms, gong, klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, buisklokken en klein slagwerk. - Eventueel aanvullende instrumenten zoals een contrabas, harp, piano of basgitaar.