Schools In Music ♪

Hoi! Leuk dat je er bent!

Trompetpagina

Aan het laden...

Nog even geduld...



De Trompet

 

De trompet is één van de oudste koperen blaasinstrumenten dat bestaat. De trompet bestaat eigenlijk uit een lange ronde koperen buis.

De buis is op verschillende plaatsen omgebogen. Pas op het einde loopt de buis uit in een wijde beker. Omdat de buis tot aan het einde even smal is, is de toon van de trompet heel helder en scherp. Als je een of meer ventielen indrukt, verandert de lengte van de buis en krijg je een andere klank. Hoe langer de buis, des te lager is de klank.

De trompet valt onder de groep klein koper instrumenten. Andere klein koper instrumenten zijn de bugel en de cornet. De trompet komt voor in de harmonie en de fanfare. De bugel komt voor in de fanfare. De cornet komt vaak voor in een brassband.

 

 

Je kunt de trompet verdelen in:
– Mondstuk
– Beker
– Ventielen
– Stembuis
– Waterklep
– Pinkhaak

 

Het mondstuk is een heel belangrijk onderdeel van de trompet. Het mondstuk zit er niet aan vast en moet je er los in zetten. Door het mondstuk tegen je mond aan te houden en met je lippen te gaan trillen, krijg je er geluid uit.

De beker is erg kwetsbaar. De rand is dun en kan snel beschadigen. De beker zorgt ervoor dat het geluid harder wordt. Het is een soort versterker. Als je de trompet naar beneden houdt, zit er een knikje in je luchtpijp. Hierdoor kan de lucht minder goed vanuit je longen in je trompet stromen. Je kunt dit vergelijken met een tuinslang waar een knik in zit, dan stroomt er ook geen water meer door de slang. Het is daarom beter om de trompet recht voor je te houden als je speelt en goed rechtop te zitten.

Er zitten 3 ventielen op een trompet. Door het indrukken of loslaten van ventielen, kun je op de trompet verschillende tonen maken. De ventielen zijn ook genummerd. Het ventiel dat het dichtste bij het mondstuk zit heeft het nummer 1, de middelste nummer 2 en het ventiel dat het dichtste bij de beker zit nummer 3.De ventielen zorgen ervoor dat de buis van het instrument langer wordt zodat de toon lager klinkt.

De pinkhaak gebruik je om je pink achter te zetten voor steun.

De stembuis gebruik je om een toon zuiver te laten klinken. Je dirigent geeft dat meestal wel aan. Hij zegt dan vaak “een beetje in of een beetje uit”. Dit is eigenlijk een beetje gek, want waarom maken ze niet gewoon een “zuiver” instrument? Dit komt, omdat ieder mens verschillend is.

Door de waterklep kun je het vocht die in de trompet zit eruit te laten lopen. Door je lippen over het mondstuk te zetten en dan te blazen zorg je ervoor dat al het vocht eruit gaat. Soms helpt het ook om je ventielen in te drukken. Het vocht is spuug wat tijdens het blazen in de trompet komt. Het beste is om een handdoek op de grond te leggen. Het vocht valt dan netjes op de handdoek.

 

Bespelen

1. Pak het instrument met je linkerhand aan de ventielbehuizing uit je koffer.
2. Steek je linker ringvinger door de ring op de derde ventielbuis.
3. Schuif het mondstuk voorzichtig in je mondstukhouder.
4. Zet je rechterduim onder de eerste en tweede ventielbehuizing.
5. Plaats je rechterpink in de pinkhouder.
6. Of je nu zit of staat: houd altijd je rug recht. Zet je voeten plat op de grond.

Onderhoud

 

Is je mondstuk vies?
Vraag dan aan je ouder(s) of zij het mondstuk kunnen uitkoken.
1. Zet water op en breng het aan de kook.
2. Schenk het kokende water in een beker en voeg je mondstuk erbij.
3. Haal het daarna er voorzichtig uit. Pas op: het mondstuk is heet!
Tip: laat je mondstuk even “schrikken” met koud water.
4. Droog je mondstuk daarna met een schone theedoek.

 

Blijft je ventiel hangen?
Vraag je muziekinstructeur om het ventiel los te maken en te oliën. Doe dit pas zelf als je weet hoe het moet, anders is er een grote kans dat je instrument daarna niet meer werkt.

 

Krijg je je mondstuk niet meer uit je trompet?
Vraag je muziekinstructeur om het mondstuk los te halen. Je muziekinstructeur heeft hier een speciaal apparaatje voor. Voorkom dit door niet op je mondstuk te slaan. Je kan je mondstuk vast zetten door het een kwartslag naar rechts te draaien.

 

Video's


Brassband
In een brassband komen de volgende instrumenten voor:

- Koperen blaasinstrumenten:
escornet, cornet, bugel, althoorn, bariton, euphonium trombone, bastrombone, bastuba (es- of besbas).

- Slagwerk: pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, triangel, tom-toms, gong, klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, buisklokken en klein slagwerk.

Fanfare
In een fanfare-orkest komen de volgende instrumenten voor:

- Houten blaasinstrumenten:
sopraansaxofoon, altsaxofoon, tenorsaxofoon en baritonsaxofoon

- Koperen blaasinstrumenten:
bugel, hoorn, escornet/ estrompet, trompet, bariton/ ephonium, trombone, bastuba (es- of besbas)

- Slagwerk:
pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, triangel, tom-toms, gong, klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, buisklokken en klein slagwerk. - Eventueel aanvullende instrumenten zoals een contrabas, harp, piano of basgitaar.

Harmonie
In een harmonie-orkest komen de volgende instrumenten voor:

- Houten blaasinstrumenten:
piccolo, fluit, hobo, althobo, esklarinet, klarinet, altklarinet, basklarinet, fagot, altsaxofoon, tenorsaxofoon en baritonsaxofoon.

- Koperen blaasinstrumenten:
hoorn, trompet, bariton/ euphonium, trombone en bastuba (es- of besbas).

- Slagwerk:
pauken, kleine trom, grote trom, bekkens, triangel, tom-toms, gong, klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, buisklokken en klein slagwerk. - Eventueel aanvullende instrumenten zoals een contrabas, harp, piano of basgitaar.